Griekenland is zon, water, wind en honderden eilanden.
Deze elementen maken Griekenland bijzonder aantrekkelijk. Het verlaten van een eiland dat langzaam uit het zicht verdwijnt en een nieuw eiland dat opdoemt aan de horizon geeft een extra dimensie aan het land.
Voor en najaar
In het voor- en najaar is het aangenaam en merendeels zonnig, maar er zijn ook koele dagen. Dan heb je 's avonds wat warme kleding nodig.
Wind
De wind varieert sterk in de verschillende gebieden en seizoenen. In de Saronische en Argolische Golf waait het gedurende het seizoen gemiddeld 3 à 4 Beaufort. Vaak heb je 's ochtends wind die rond de middag enkele uren wegzakt om daarna tot tegen de avond weer aan te trekken.
Warm en koud
De zon schijnt in Griekenland driehonderd dagen per jaar en de temperatuur is over het algemeen heel aangenaam.
De koelste periode in Griekenland is tussen november en maart. Tijdens de wintermaanden kan het af en toe vrij koud zijn, zeker in het noorden van het land. De zuidelijke eilanden hebben een milder klimaat.
Afkomstig van: Amorgos



